Vrijwilligerswerk bij de SPGSD & Manege Balans

Manege Balans is de plek waar de Stichting Paardrijden Gehandicapten Schouwen-Duiveland (SPGSD) haar activiteiten organiseert. Meer dan 200 valide en minder valide ruiters rijden er elke week met veel plezier paard. Dit wordt mogelijk gemaakt dankzij de inzet van een grote groep enthousiaste vrijwilligers, jongeren en ouderen.

Integratie op de 1e plaats

De SPGSD en Manege Balans werken heel nauw met elkaar samen. Dit resulteert ook in een hechte integratie van valide en minder valide ruiters. Niemand wordt bij ons anders of speciaal behandeld. Wij zijn allemaal mensen en mensen helpen elkaar. Daar zijn wij trots op.

Meelopen in de lessen voor gehandicapten.

Hier draait het allemaal om; de paardrijlessen voor mensen met een beperking. Als ‘helper’ in de lessen wordt je gekoppeld aan iemand met een beperking. Het is jouw schone taak om (indien mogelijk) met je ruiter het paard te poetsen en op te zadelen. Je let er goed op dat de ruiter zich veilig voelt en veilig is. Tijdens de les loop je naast het paard met één of meer ‘helpers’. Het is echt sporten want vele ruiters draven ook gewoon en dan mag jij mee rennen! Wil je het vrijwilligersteam komen versterken, we komen graag in contact met mensen die fit zijn het liefst ervaring met paarden hebben en rust uitstralen.

A. Let op, dat iedere ruiter een veiligheid cap draagt.

B. Zorg, dat alle hulpmiddelen (speciale teugel, beugel etc.), die de ruiter nodig heeft, aanwezig zijn.

C. Zorg, dat de beugels op de juiste maat zijn.

D. Loop vlak naast het hoofd van de pony. Leid de pony met de geleide teugel.

E. Wanneer de ruiter de teugels aanneemt, ruk hem deze dan niet steeds uit de handen; houd zo nodig dan het paard bij de neusriem vast.

F. Ter ondersteuning van de ruiter: één hand op de knie, andere aan veiligheidsriem

G. Trek de ruiter niet uit zijn balans.

H. Houd hem niet krampachtig vast.

I. De speciale veiligheidsriem is een hulpmiddel voor de ruiter, niet ter ondersteuning van de helper.

J. Klets niet onder elkaar.

K. Let op de ruiter en loop er zó naast, dat je steeds in kunt grijpen.

L. Geef, ter aansporing van de pony, een tikje met je handpalm achterom, en houd hem vast.

M. Trek de pony niet onnodig in de mond.

N. Ren nooit achter een pony aan – hij loop veel harder!

O. Loop niet naar een pony toe, zwaaiend met een zweepje.

P. Maak geen onverwachte bewegingen, of gekke geluiden waardoor de pony’s schrikken.

Q. Wees in je gedrag rustig en vertrouwen wekkend, ook als je zelf nog wat onzeker bent.

R. Loop nooit achter een paard langs en let erop, dat de ruiters dat ook niet doen.

S. Draaf niet voor de pony uit, let op de ruiter.

T. Bedenk, dat de ruiters vaak meer weten dan jezelf, luister naar hen.

U. Help slechts dan, wanneer het nodig is.

V. Geef de ruiter eerst de kans het zelf te proberen.

W. Loop niet opeens weg en laat de ruiter niet hulpeloos achter.

X. Luister naar de instructie en herhaal zo nodig de opdracht.

Y. Leer de ruiters zelf zijn pony een klontje te geven, met een platte hand.

Z. Probeer zelf ook te genieten van het werk als vrijwilliger.

ARBO

Bij de SPGSD en Manege Balans hebben wij natuurlijk ook met de Arbo-wet te maken, zie de uitleg op Arbo & de vrijwilliger.

Caps

Het rijden met een goedgekeurde cap is verplicht.

Kantine

Koffie en thee is gratis voor de vrijwilligers op de daarvoor bestemde tijden en tijdens een werkdag. Op zaterdag hebben we soep van Ina met brood.

Honden

Honden dienen altijd aangelijnd te zijn en mogen niet in de kantine.

De aanwezigheid van honden mag de lessen en de werkzaamheden in de manege niet verstoren.

Het is niet de bedoeling dat vrijwilligers hun hond meenemen naar het werk, als het een keertje niet anders kan, maar dan wel in overleg.

Introductie

Regelmatig wordt er door de instructrices een theorie- en praktijkles gegeven. Vaak is er tijdens werktijd geen tijd voor vragen of specifieke uitleg rondom paard en ruiter. Deze introductie is dan een uitstekende mogelijkheid om alles wat je weten wilt te vragen.

Overeenkomst

In de vrijwilligersovereenkomst staan de afspraken die betrekking hebben op het uitoefenen van je vrijwilligerstaken. Lees dit goed door!

Uitstapjes

1 tot 2 keer per jaar organiseren we een uitstapje met alle vrijwilligers. De keuze is meestal naar een collega FPG manege.

Wat is de ARBO wet?

Werkgevers (in ons geval de organisaties) zijn verplicht een arbeidsomstandighedenbeleid te voeren.

Wat niet iedereen weet is dat de ARBO wet ook geldt voor vrijwilligersorganisaties

op het gebied van arbeid, dus óók voor onbetaalde arbeid.

De ARBO wet regelt de Algemene zorg voor:

  • Veiligheid,

  • Gezondheid

  • Welzijn

Net zo kwetsbaar.

Vrijwilligers zijn wat hun arbeidsomstandigheden betreft natuurlijk net zo kwetsbaar als betaalde krachten. Ook als mensen geen loon krijgen hebben ze recht op goede en veilige arbeidsomstandigheden. De werkgever, die verantwoordelijk is voor het ARBO beleid in de organisatie, moet zorgen dat het onderzoeken en verbeteren van de arbeidsomstandigheden op een planmatige manier wordt aangepakt.

 

Checken arbeidsomstandigheden.

Hiervoor is in opdracht van de FPG een instrument ontwikkeld.

Aan de hand van een checklist worden de arbeidsomstandigheden gemeten aan de normen, die hiervoor gelden.

  • Wat zijn de gevaren binnen de stichting voor vrijwilligers

  • Hoe groot zijn die gevaren, wie zou er schade aan de gezondheid kunnen oplopen en hoe.

  • Zijn er voldoende maatregelen getroffen, zodat het risico gering is.

  • Welke prioriteiten stelt de stichting in het plan van aanpak.

  • Verder komen brandveiligheid, milieu, dieren, gehandicapten e.d. aan bod.

Bij vele organisaties is inmiddels het “plan van aanpak” uitgewerkt, de punten van aanbeveling doorgesproken en zijn aanpassingen doorgevoerd.

De organisaties dienen zich stipt te houden aan hun “plan van aanpak”. Voor vrijwilligers, die hierover informatie willen moet de organisatie een contactpersoon, bijv. een vrijwilligerscoördinator of een van de bestuursleden, benoemen.

De protocollen en plan van aanpak moeten voor iedereen binnen de organisatie beschikbaar zijn.

Voor informatie: Marian Van der Meij. 0111-481968

Risico Inventarisatie & Evaluatie (RIE)

De RIE is op aanvraag in te zien. Vraag hiernaar bij de instructrices.